Stadsdiakonaat bestaat 50 jaar!

Het Interkerkelijk Stadsdiakonaat viert dit jaar het 50-jarig bestaan. ‘Bij het Interkerkelijk Stadsdiakonaat doen we niet hoogdravend over ons werk,’ schrijven ze op hun website. ‘Een luisterend oor, een uitgestoken hand vormen vaak een troost voor mensen die, om wat voor reden dan ook, een geïsoleerd leven leiden.’

Het kon je in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw als tiener in een gereformeerde of hervormde kerk zo maar overkomen – dat er een jeugddiaken op je afstapte met de vraag of je iets voor een ander wilde doen. En voor je het wist, zat je bij mevrouw Meinema op de bank in haar huis aan de Molukkenstraat voor een ‘intake-gesprek’ (dat toen nog niet zo heette). En weer even later liep je met een meneer in een rolstoel iedere week naar de donderdagse markt. Zo eenvoudig, laagdrempelig en daadkrachtig werkte het Interkerkelijk Jongerendiakonaat (JD). Onder de naam Interkerkelijk Stadsdiakonaat werkt het 50 jaar later nog steeds zo … op een enkele verandering na.

 Van 5 naar 150

De ontstaansgeschiedenis van het Interkerkelijk Jongerendiakonaat is al vele malen verteld en wie al een ‘lifetime’ meeloopt, kan het zich nog herinneren. Mevrouw Miep Meinema, diaken in de Gereformeerde Kerk, werd in 1971 benaderd door hervormde en gereformeerde studenten uit de studentenparochie (nu MoTiv). In plaats van praten in gesprekskringen wilden zij liever iets concreet doen. Zo gezegd, zo gedaan. Als diaken zocht mevrouw Meinema wat ‘klusjes’ bij elkaar en het Jongerendiakonaat was een feit. Van 5 actieve jongeren groeide het snel uit naar 120-150 vrijwilligers: werkende jongeren, studenten en scholieren. De ‘klusjes’ werden taakgroepjes: van invalide-rijden tot oppasdienst, van voorlezen bij slechtzienden tot handenarbeid in bejaardenhuizen, van karweitjesdienst tot bejaardenbezoekgroep en van opvangteam voor mensen die buiten de hulpverleningsboot vielen tot muziekgroep ‘Joy’ die tijdens kerkdiensten in de Scheveningse jeugdgevangenis speelde.

 Schakelen met kerken

Het JD groeide uit tot de grootste vrijwilligersorganisatie van Delft. Het had contact met professionele hulpverleners, was lid van de Kontaktraad van Kerken en van de Raad voor Bejaarden. En het was een ‘lichtend voorbeeld’ voor diaconieën uit het hele land, die door het Diaconaal Bureau van de landelijke Gereformeerde Kerk werden gewezen op dit Delftse initiatief. Niettemin keken de Delftse kerken lange tijd wat sceptisch naar het verschijnsel. ‘Interkerkelijk’ of ‘oecumenisch’ was nog geen breed gekoesterde gedachte. En de traditionele diaconieën vroegen zich af of er geen reglement of ten minste meer ‘orde’ moest komen. Maar het JD bleef zo ‘plat’ en ‘spontaan’ georganiseerd als het vanaf het begin was. Om toch goed te kunnen schakelen met de kerken werden er jeugddiakenen in het leven geroepen, in iedere wijkgemeente één, die lid werden van de Stuurgroep van het JD. Rond de eeuwwisseling verdween deze functie weer.

 Verhalen

Bij het 25-jarig bestaan in 1996 veranderde het JD zijn naam in Interkerkelijk Stadsdiakonaat. Interkerkelijk, om de ‘roots’ niet te verloochenen. En diakonaat, omdat de ‘dienst aan de ander’ altijd centraal staat. Bij het 50-jarig bestaan wordt een jubileumboekje gemaakt. Wie het doorbladert, ziet vele wonderlijke verhalen van mensen die gewoon – of buitengewoon – geholpen zijn. Ziet verhalen van contacten die al tientallen jaren standhouden. Ziet bekende namen van mensen die decennialang betrokken blijven. Ziet hoe het vrijwilligerscorps wordt aangevuld met werklozen en ex-psychiatrische patiënten die als vrijwilliger via het Stadsdiakonaat een herstart maken. Leest over de actie ‘Gast aan Tafel’ (1984-1992) om tijdens Kerst en Pasen een eenzame stadsgenoot thuis uit te nodigen. Leest over bezinningsavonden en cursussen voor vrijwilligers, over bijvoorbeeld stervensbegeleiding. Leest over hulpvragers die hulpbieders worden…

 ‘Goeie buur’

Achter de jaarlijkse berichten in de PKD over uitjes en kerstvieringen gaat anno 2021 dus een nog steeds springlevend Interkerkelijk Stadsdiakonaat schuil, dat voor zo’n 175 cliënten van grote betekenis is. De variatie aan hulpverlening is teruggebracht tot 2 speerpunten: bezoek en karweitjesdienst, waarbij het nauw samenwerkt met de Johanniter Hulpverlening. Bij het 15-jarig jubileum in 1986 schreef mevrouw Meinema al: ‘Het is zinvoller ons bij dit jubileum te beperken tot één facet, dat in deze jaren als een rode draad door al onze ontmoetingen en contacten met mensen heen liep, nl. eenzaamheid.’ Zo vormt de nood van inwoners van Delft al 50 jaar de rode draad voor het Stadsdiakonaat. ‘Wij zijn blij dat we soms een bijdrage kunnen leveren, om sommige problemen wat te verlichten. Veel cliënten wachten op een goeie buur!’, besluit de huidige contactpersoon Joke Tummers.