‘Zodat de lof van Gods naam gehoord blijft worden’

2020-05-04

Epidemieën zijn van alle eeuwen, zolang als de mensheid bestaat. En al die eeuwen is er ook gebeden: om bescherming en om genezing. De geleerde en ‘kerkvader’ Augustinus leefde rond 400 na Christus, een tijd die werd geteisterd door pest- en pokken-epidemieën, met – naar schatting – miljoenen slachtoffers. Hij schreef een smeekgebed tot God om de aarde en de mensheid te sparen, zodat de lof van Gods Naam gehoord blijft worden op aarde.

Dit gebed van Augustinus van toen heeft de eeuwen overleefd. Het werd bijvoorbeeld overgenomen door de kerk van Schotland. En in aangepaste vorm kwam het begin jaren vijftig van de vorige eeuw terecht in het gebedenboek (‘Dienstboek’) van de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk, met daarin gebeden die zowel in de kerk als thuis gebruikt kunnen worden. De tekst past qua taal en beleven in die tijd, 70 jaar geleden. Maar misschien dat de woorden ook mensen vandaag kunnen inspireren tot nieuwe gebeden. ‘Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.’ (Jakobus 5, vers 16).

Gebed in tijd van epidemie
‘Heilige en machtige Heere, wij brengen voor Uw ogen onze schulden en onze beproevingen. Wat wij hebben misdaan is groter dan wat wij hebben te dragen. Onder de gesel van de ziekte worden onze krachten uitgeput, maar ons hart wordt zo weinig daardoor veranderd. Heere, Gij hebt deze bezoeking over ons toegelaten en wij erkennen, dat wij gezondigd hebben. Wanneer wij worden gekastijd, belijden wij onze zonden, maar als de bezoeking voorbij is, vergeten wij wat wij hebben beweend. Zo Gij niet spaart, wie zal bestaan?

Maar Heere, Gij hebt U toch eenmaal geopenbaard als die God, Die de verderfengel deed terugwijken van de woningen van Uw volk. Geef ons, almachtige Vader, geheel onverdiend wat wij vragen, en hoor naar ons geroep voor hen, die lijden en sterven. Gedenk te midden van de beproevingen uw genade, want Gij hebt geen behagen in de dood van een mens. Zegen genadig de middelen die worden aangewend om de verbreiding van de ziekte tot stilstand te brengen; sterk hen die de getroffenen zoeken te genezen en te troosten; ondersteun hen, die in pijn en smart verkeren; haast U te herstellen, die uitgeput zijn; geef Uw hemelse vertroosting aan allen, die niet meer genezen zullen. O Heere, doe het, niet omwille van ons, maar opdat op deze aarde nog de lof van uw Naam zal worden gehoord. Wij loven U, die de ongerechtigheid vergeeft en de ziekten geneest en het leven verlost van het verderf – door Jezus Christus onze Heere. Amen.’